O-kapi
Evaluatiesysteem

O-kapi is een evaluatiesysteem dat ideaal is om toe te passen in projectwerk en dus in vakken zoals techniek, STEM en STEAM. O-kapi staat voor Overzicht van Kennis, vakgebonden Attitudes, Praktische vaardigheden en Inzicht.
Door de opsplitsing van deze vier types van vaardigheden is het systeem heel transparant en kan men veel duidelijker zien hoe er werd geëvalueerd in een project. Zowel evaluatie door de leerkracht als zelf- en peerevaluatie komen aan bod.
Het systeem is ontwikkeld door de auteur van de projecten van Explobots dus ook perfect toe te passen op deze projecten.

Het evaluatiesysteem geeft per project een overzicht van de aangereikte eindtermen en geeft visueel aan in welke mate het over kennis, vakattitude, praktische vaardigheid of inzicht gaat.
De evaluatie is representatief voor het gevalideerd doelenkader en voor het aanbod. De evaluatie is transparant, betrouwbaar, breed, authentiek, afgestemd op de doelgroep en geïntegreerd in het onderwijsleerproces. De manier waarop de leerlingen worden geëvalueerd, is een voorbeeld van goede praktijk.
Per project geven de evaluatiedocumenten een overzicht van de te bereiken eindtermen onderverdeeld naar kennis, vakattitude, praktische vaardigheden en inzicht. De bijhorende leerdoelen zijn geschikt om de leerlingen aan te zetten tot zelfevaluatie en tot peerevaluatie bij groepswerk.

– Agnes Geerts, doorlichting

Kennis

Onthouden

 

Leerkracht:
Klassieke toetsen
Zelfevaluatie:
Vóór en na de kennistoetsen

Opgelet
Wanneer er op een klassieke toets zowel kennis- als inzichtsvragen worden gesteld, is het van belang de punten op de kennisvragen te scheiden van de punten op de inzichtsvragen.

Attitude

Toepassen Evalueren

 

Leerkracht:
Tijdens onderzoeks- en maakopdrachten
Zelfevaluatie:
Vóór evaluatie leerkracht
Peerevaluatie:
Vóór evaluatie leerkracht

Opgelet
Beoordeel enkel vakgebonden attitudes met een cijfer. Voor andere attitudes volg je de tuchtrichtlijnen van de school.
Vakgebonden attitudes kunnen zijn: zelfstandigheid, samenwerking, doelgerichtheid, veiligheid, creativiteit, zorgzaamheid, plannen, oordeelkundigheid …

Praktijk

Toepassen Creëren

 

Leerkracht:
Tijdens onderzoeks- en maakopdrachten
Zelfevaluatie:
Vóór evaluatie leerkracht
Peerevaluatie:
Vóór evaluatie leerkracht

Opgelet
Het proces is eens zo belangrijk als het product bij praktische vaardigheden. Schenk dan ook enorm veel aandacht aan de verschillende tussenstappen om een beoordeling te maken.

Inzicht

Begrijpen Toepassen Analyseren

 

Leerkracht:
Klastaken, huistaken, klassieke toetsen en openboektoetsen
Zelfevaluatie:
Vóór evaluatie leerkracht
Vóór en na de inzichtstoetsen
Peerevaluatie:
Beperkt mogelijk voor bepaalde opdrachten
Vóór evaluatie leerkracht

Document

Per project dient er gewerkt te worden met een apart evaluatiedocument. Alle informatie moet worden weergegeven op één blad om een duidelijk overzicht te bewaren.
Op de voorzijde worden de resultaten van de evaluaties getoond door kennis, vakgebonden attitudes, praktische vaardigheden en inzicht op te splitsen.
Op de achterzijde worden de eindtermen van het project opgesomd alsook de doelstellingen die de leerlingen dienen te bereiken. Deze dienen in het belang van de zelf- en peerevaluatie in klare taal voor de leerlingen te worden verwoord. Ook hier wordt de opsplitsing van de verschillende vaardigheden duidelijk gemaakt.

Zelfevaluatie

Een zelfevaluatie laten maken kan zeer verreikend zijn voor de leerling om zichzelf beter te leren inschatten maar kan ook extra informatie geven aan de leerkracht om de leerling in het verdere proces doelgericht te ondersteunen.

Het is voor een leerling zeer moeilijk om zichzelf punten te geven. Leerlingen oordelen eerder vanuit een gevoel. Daarom werkt het O-kapi-systeem met smileys die gemakkelijker aan een gevoel kunnen gekoppeld worden.

Zelfevaluaties dienen niet mee te tellen voor punten omdat het dan zijn doel volledig mist. Een leerling zal dan immers altijd de voordeligste smiley aanduiden.
Het is wel zeer doeltreffend om met een leerling, die een duidelijk verschillende evaluatie maakt t.o.v. de leerkacht, in gesprek te gaan.

Evaluatie door de leerkracht

Voor de evaluatie van kennis en bepaalde inzichtsopdrachten, kan er op een klassieke manier punten worden gegeven.

Voor attitudes, praktische vaardigheden en bepaalde inzichtsopdrachten is het meer aangewezen te werken met hetzelfde smileysysteem als de zelfevaluatie van de leerlingen. Het duidt meer het gevoel van (on)tevredenheid aan dan een zuiver punt.
Ook kan er op deze manier gemakkelijker een vergelijking worden gemaakt tussen de beoordeling van de leerkracht en de zelfevaluatie van de leerling om een gesprek aan te gaan en duidelijk feedback te geven. (Mondeling en/of schriftelijk in het vak ‘opmerkingen’ van het evaluatiedocument.)

Nadien kan een beoordeling met smileys nog altijd omgezet worden naar een punt.
= 4/4 = 3/4 = 2/4 = 1/4

Peerevaluatie

Een peerevaluatie is aangewezen bij de beoordeling van attitudes, praktische vaardigheden en een beperkt aantal inzichtsopdrachten.
Deze vorm van evalueren zet leerlingen aan tot nadenken over de vaardigheden van anderen maar ook van hun eigen vaardigheden. Deze vergelijkende studie geeft inzicht tot het eigen kunnen en kan anderen een positief bevestigend gevoel geven.
De peerevaluatie van O-kapi streeft ernaar enkel de nadruk te leggen op positieve feedback. De leerlingen focussen niet op de fouten van de anderen maar op de talenten. De andere leerlingen ontdekken op deze manier beter hun eigen talenten en de evaluerende leerling ontdekt de eigen werkpunten.

Het is van belang per project met vaste groepjes van leerlingen te werken. Aanbevolen zijn groepjes van minimaal 3 en maximaal 6 personen. De leerlingen dienen aan het begin van een project op de hoogte gebracht te worden dat het noodzakelijk is om tijdens het project ook de anderen van hun groepje te observeren met het oog op de peerevaluatie.
Iedere leerling dient per vaardigheid één naam (niet de eigen naam) op te schrijven van een leerling van het eigen groepje die het meeste uitblonk in deze vaardigheid.
Van zodra de naam van een leerling door één van de andere leerlingen wordt genoteerd, verdient deze leerling een ster. Wordt de naam door twee of zelfs meer leerlingen genoteerd, verdient de leerling twee sterren.

Ook deze sterren kunnen nadien omgezet worden in punten.
= 1/1 = 0,5/1

De smileys van de leerkracht en de sterren van de leerlingen kunnen op die manier samengebracht worden tot een puntentotaal op 5 punten per vaardigheid. Vier punten van de leerkracht en één punt van de medeleerlingen.
Voorbeeld: = 3,5/5

Rapportering

Kennis

10%*

Attitude

20%*

Praktijk

30%*

Inzicht

40%*

Het evaluatiedocument van O-kapi kan gezien worden als een rapport van het behandelde project. Het is belangrijk vóór de start van een project toe te lichten hoe de percentuele verdeling tussen kennis, vakgebonden attitudes, praktische vaardigheden en inzicht gebeurt.
De percentuele verdeling in bovenstaande tabel is louter suggestief. Een andere verhouding is mogelijk mits er rekening wordt gehouden met de leerplandoelstellingen en eindtermen van het vak of de vakken waarvoor O-kapi wordt toegepast.
Ook de doelstellingen vooraf door de leerlingen laten bekijken, is ontzettend nuttig. Ze weten op deze manier waar ze op moeten letten tijdens het maken van de opdrachten én het observeren van de leerlingen van hun groepje.

Per type van vaardigheden (kennis, vakgebonden attitudes, praktische vaardigheden en inzicht) kan er pas een punt ingegeven worden in het rapportprogramma van de school als dit type van vaardigheid volledig is beoordeeld.
Zo kan in het rapportprogramma aangegeven worden voor hoeveel percent elk type moet meegerekend worden in het totaal.
Aangewezen is dus om per project in het rapportprogramma vier kolommen te voorzien (kennis, attitude, praktijk en inzicht). Zo kan je op een (delibererende) klassenraad heel duidelijk terugvinden op welke van de 4 types van vaardigheden de leerling uitvalt of talent vertoont.

Als de school werkt met tussentijdse rapporten, is het aangewezen om op dat rapport te vermelden op welke van de vier types van vaardigheden er reeds punten werden gegeven. Anders geeft het (voorlopige) puntentotaal een verkeerd beeld over het kunnen van de leerling.